Handleiding bij het Grote Getijdenboek
Posted By Inge on January 19, 2010
Hieronder volgt een beknopte handleiding voor het grote (grijze) getijdenboek van de Nationale Raad voor Liturgie. Ik leg uit waar de lintjes horen en waar de geplastificeerde losse blaadjes voor zijn. Als het goed is kunt u hiermee een heel eind komen, maar mocht dit niet zo zijn, schroom niet om vragen te stellen door te reageren op deze bijdrage. Andere mensen kunnen hier ook bij gebaat zijn.
Het getijdenboek
Een compleet getijdenboek bestaat uit het grijze getijdenboek dat vier lintjes heeft: rood, geel, paars en groen. Verder zitten er nog twee geplastificeerde bladzijdes bij. De ene bevat de vers/psalm bij de uitnodiging, lofzang, openingsvers morgen/avondgebed, lofzang van Zacharias, Lofzang van Maria en de Lofzang van Simeon. De ander bevat de psalmen van de eerste zondag van het liturgisch psalmboek.
Verder wordt het psalmboek geleverd met een soort van inleiding van de Nederlandse bisschoppen en met een supplement. Dat zijn twee dunne grijze boekjes die bij mij vooral in de kast staan. Terug naar het dikke grijze getijdenboek:
Eerst gaan we de lintjes op de goede plek neerleggen, zodat ik naar bepaalde gedeeltes van het getijdenboek kan verwijzen naar de kleur van het lintje.
Het rode lintje: zondagen door het jaar
Het is nu 19 januari, we zitten in de tweede week in de tijd door het jaar, dus het lintje moet tussen pagina 588 en 589.
Het gele lintje: Hymnen
Het is vandaag dinsdag, dus hoort het gele lintje te liggen tussen pagina 704 en 705, waar de hymnen voor dinsdag te vinden zijn
Het paarse lintje: Liturgisch psalmboek
We zijn nu in week 2 in de tijd door het jaar, het is dinsdag, dus hoort het lintje tussen pagina 914 en 915. Hier vindt u de psalmen, de lofzang en de afsluiting van de getijden in de tijd door het jaar.
Het groene lintje: Dagsluiting
Ik bid zelf ook de dagsluiting, daarom ligt bij mij het groene lintje tussen 1206 en 1207.
De lintjes zijn nu op, maar eigenlijk hebben we nog twee nodig, daarom schuif ik een bidprentje of iets dergelijks als bladwijzer op de volgende plekken: tussen pagina 662 en 663 en een andere in het gedeelte “Eigen teksten voor de heiligen” tussen pagina 1224 en 1225.
Als het goed is ligt alles nu op zijn plaats. Een handleiding voor de getijden vind u ook vanaf pagina 661 in het getijdenboek. Daar wordt precies uitgelegd hoe de verschillende getijden gebeden moeten worden. Dat ga ik hier niet herhalen, ik heb zelf een bidprentje als bladwijzer liggen om te kijken hoe het moet als ik het niet meer weet. Wat ik hier wil uitleggen is meer het praktisch gebruik.
Lauden en Vespers
De opbouw van deze twee getijden is exact hetzelfde: na het openingsvers wordt de hymne (gele lintje) gebeden, waarna u verdergaat met de psalmodie (paars lintje). Na de vierde week van het liturgisch psalmboek gaat u verder met week 1. De scheiding tussen de weken ligt op zaterdagmiddag 17.00. Dat is ook de reden dat er geen ‘avondgebed voor zaterdag’ is. Het avondgebed van zaterdag is het gebed op de vooravond van de zondag erop.
Op zondagen speelt het rode lintje mee. U bidt alles net zo als doordeweekse dagen, alleen staan de antifonen van de lofzang van Benedictus en de lofzang van Maria bij het rode lintje. Wanneer u daar komt, zult u zien dat er altijd drie keuzes zijn: jaar A, jaar B en jaar C. Dat heeft te maken met de cyclus van de Evangelielezingen in de Heilige Mis. Momenteel bevinden we ons in jaar C, dus neemt u de antifonen van dit jaar. U zult zien dat deze allemaal komen uit de Evangelielezing van de H. Mis op zondag. Aanstaande zondag neemt u dus de antifonen van jaar C voor de Derde Zondag in de Tijd door het Jaar. (p. 590). Het is heel handig om daar even te spieken als u de kluts kwijt bent en niet weet welke week van het liturgisch psalmboek (paars lintje) aan de beurt is. Dat staat daar namelijk in het rood weergegeven: Psalmboek week III.
Getijden voor de heiligen
Soms worden niet de getijden van de tijd door het jaar gebeden, maar de getijden van een heilige op diens feestdag. De heiligen hebben hun eigen deel achterin het getijdenboek. Als het goed is ligt er een bladwijzer tussen pagina 1224 en 1225. Daar staan de ‘grote heiligen’ op datum. Als u de getijden van een heilige wilt bidden begint u met het openingsvers en de hymne die aangegeven staat voor de heilige. Bijvoorbeeld de heilige Sebastianus op 20 januari gebruikt de getijden van martelaren op pagina 1613 en verder. Daar staat dan al de hymne en de antifonen bij de psalmodie. Doorgaans wordt in het morgengebed de psalmodie van het ochtendgebed dat hoort bij de zondag van de eerste week van het liturgisch psalmboek gebruikt. Omdat dit veel gebruikt wordt, staan de psalmen op een apart inlegvel, dus in plaats van terug te bladeren in het brevier kunt u ook gewoon het inlegvel gebruiken. Na de psalmodie volgt de Korte Schriftlezing op pagina 1614, de korte beurtzang en de Lofzang van Zacharias. De antifoon staat op pagina 1614, de tekst van de lofzang vindt u op het andere inlegvel, waar alle teksten van alle lofzangen afgedrukt zijn. U slaat het ‘in de paastijd’ over (het is immers de Tijd door het jaar) en gaat verder op pagina 1615 met de slotgebeden. Het laatste gebed (na het Onze Vader) vindt u op pagina 1225 bij de eigen teksten van de heiligen.
Na het amen sluit u af met één van de afsluitingen van p. 674/675.
Het is een hoop geblader, maar na verloop van tijd leert u bepaalde terugkomende gebeden uit het hoofd, zoals het openingsvers, de Lofzang van Zacharias, de Lofzang van Maria en de afsluiting. Het is even wennen, maar als u het in de vingers heeft is het eigenlijk heel makkelijk.
Dagsluiting
Wilt u ook de dagsluiting bidden, dan begint u op pagina 681. De psalmodie en de korte schriftlezing van de dag vindt u bij het groene lintje. Na de korte schriftlezing slaat u terug naar pagina 684. Het is gebruikelijk om een Mariagebed te zingen na de dagsluiting. Op pagina 686 en 687 staan daarvoor een aantal keuzes in het Nederlands en het Latijn.

Leave a Reply