Start > Psychologie > Het bewustzijn: waar is het?

Het bewustzijn: waar is het?

8 januari 2010 Inge Reageer Ga naar reacties

i want to live where soul meets body,Eén van de artikelen die vandaag mijn aandacht trok was een artikel door Ray Tallis in het tijdschrift New Scientist. De titel van het stuk is: You won’t find consciousness in the brain. De schrijver is een geriater - als ik het goed begrijp - die een groot neurowetenschappelijk onderzoek geleid heeft en ook het één en ander over medische ethiek heeft geschreven. Hij betoogt dat wat wij aanduiden met ‘het bewustzijn’, niet noodzakelijkerwijs gelokaliseerd is in de hersenen. Dit is in feite een minderheidsstandpunt in de neurowetenschap die het idee bestrijdt het slechts een kwestie van tijd is dat wetenschap het mysterie van menselijk bewustzijn kan verklaren aan de hand van hersenactiviteit. De vraag is natuurlijk of dat zo is. Zou het zo simpel zijn? Je legt iemand onder een (f)MRI apparaat of je neemt een EEG af en je weet alles over iemand? Wanneer we hersenactiviteit zien of meten, betekent dat dat we meteen het bewustzijn te pakken hebben, of is bewustzijn iets anders?

Veel neurowetenschappers denken dat hetgeen wij bewustzijn noemen niet meer is dan wat zwakke elektrische stroompjes in de hersenen die een sensatie, een projectie veroorzaken van wat wij ‘realiteit’ noemen. Wat zij in feite doen is een puur materialistische benadering zoeken. Als iets bestaat kun je dat zien, voelen, proeven, meten. En dus als je dat niet kunt, dan bestaat het niet. Sommigen gaan zover in deze benaderingswijze dat ze ontkennen dat er een ‘zelf’ is of dat realiteit zoals wij dat beschrijven in werkelijkheid niet zo bestaat. Tallis leunt ogenschijnlijk naar een ander standpunt dat daar haaks op staat: wat wij bewustzijn noemen is niet gebonden aan het brein. Volgens hem is de koppeling tussen het bewustzijn en het brein te simpel en doet het geen recht aan het hele fenomeen bewustzijn. Ik kan me voorstellen dat dit verhaal associaties oproept met de populaire film “The Matrix” en geheel toevallig is dat niet.

De hele discussie klinkt heel ingewikkeld, vooral wanneer het verpakt wordt in wollig wetenschappelijk taalgebruik. Het jargon verandert soms, maar inhoudelijk is dit een eeuwenoude discussie, die al dateert van voor onze jaartelling. Toen dachten de oude Griekse filosofen al na over lichaam en ziel. Wanneer we hun boeken lezen, moeten we dus oppassen dat we ons jargon niet met dan van hen verwarren. Wanneer Plato en Aristoteles het over een “ziel” hebben, dan bedoelen ze daarmee iets anders dan wat de gemiddelde persoon anno 2010 het over een “ziel” heeft. Van oorsprong is een ziel een soort van levendmakende kracht, sommigen zouden dit een levensenergie noemen. Het is aardig om in deze context op te merken dat we het dit concept onbewust nog steeds gebruiken. In het Latijn is het woord voor ziel “anima”. Wanneer we plaatjes zo bewerken dat ze in beweging komen, dan spreken we over een “animatie”. De ziel is dus voor de oude filosofen iets dat een voorwerp in beweging zet.  Aristoteles spreekt van drie soorten zielen: een plantaardige, een dierlijke en een menselijke. Een plantaardige ziel is de meest simpele en bevat alles wat planten tot levende wezens maakt, een dierlijke ziel is al wat ingewikkelder en de meest geavanceerde ziel is de menselijke - rationele - ziel.

De vraag over de aard van de ziel en diens verhouding tot het lichaam is dus heel oud. De oude Pythagoreanen maakten een heel duidelijk onderscheid tussen lichaam en ziel. De ziel werd als iets ‘lichts’ gezien, iets dat onstoffelijk was terwijl het lichaam stoffelijk en ‘duister’ was. Mensen zouden, in hun ogen, moeten streven naar een bevrijding van de ziel van het lichaam. Dit is een idee dat je in sommige oosterse godsdiensten ook tegen komt. In de ogen van de Pythagoreanen was het lichaam en al het materiële intrinsiek slecht.  Socrates en Plato maken ook een onderscheid tussen lichaam en ziel. Je hebt het lichaam en de ziel die woont in het lichaam. Wanneer het lichaam sterft, gaat de ziel over in een nieuw lichaam. Een beetje zoals de Cylons in “Battlestar Galactica” downloaden in een nieuwe kopie van zichzelf. De ziel is dus een op zichzelf staand iets dat naast het lichaam bestaat. Aristoteles, een leerling van Plato, sloeg een heel andere manier van denken in. Hij bestreed het idee dat een ziel los van het lichaam kon bestaan. Net zomin je het verschijnsel ’snijden’ los kunt zien van een mes als een voorwerp, kun je een ziel loskoppelen van een “voorwerp” zoals een lichaam. Waneer een lichaam dood gaat, wordt het ‘ontzield’: de ziel is er dan ook niet meer.

Om even terug te komen naar het huidige debat over bewustzijn: ik denk dat er parallellen te trekken zijn tussen dit hele debat over de ziel tussen de oude Grieken en het denken erover in de Middeleeuwse scholastiek. Het bewustzijn en het hele idee van het “Zelf” gaat in feite over hetzelfde. Als ik op een stoel zit voor mijn computer en ik denk na, dan ben ik me bewust van wie ik ben, ik heb emoties, anderen zien mij en herkennen mij aan wie ik ben, minder dan aan hoe ik eruit zie. Als ik me anders ga gedragen, dan wordt er gezegd dat ik ‘mezelf’ niet meer ben. Kennelijk maakt het feit dat ik bewustzijn heb dat ik voor anderen meer ben dan een soort robot die wel voortbeweegt en intelligentie heeft. Ik heb een bepaalde ‘levenskracht’ of ‘levensenergie’ die mensen toen ‘ziel’ noemden en wat nu ‘bewustzijn’ heet in de psychologie. Het woord ‘ziel’ wordt in de psychologie eigenlijk niet gebruikt.

In de wetenschap is men niet blijven steken de denkwijzen van de oude Grieken. Via de ideeën van de heilige Augustinus van Hippo die in de vierde eeuw leefde en de heilige Thomas van Aquino, een middeleeuwse scholasticus denken psychologen nu meer langs de lijnen van het dualisme van René Descartes, een filosoof die in de zeventiende eeuw in de Lage Landen leefde. In de werken van Augustinus en Descartes zie je de platoonse denkbeelden over de ziel als aparte entiteit langskomen, de heilige Thomas van Aquino volgt meer de denkbeelden van Aristoteles. Thomas van Aquino weerlegt in navolging  van Aristoteles de platoonse visie. Volgens hem is het onmogelijk om dualistisch te denken in termen van een apart lichaam en een aparte ziel, omdat dit allerlei filosofische problemen met zich meebrengt. Als we om ons heenkijken zien we die scheiding ook niet. Als iemand is overleden, dan zien we een dood lichaam. Het is niet toevallig dat nabestaanden vaak zeggen: het ziet er wel uit als oma, maar het is oma niet meer, er mist iets. Een dood lichaam is anders dan een slapend lichaam.

Dit leidt tot mijn eigen ideeën over het bewustzijn. Ik denk dat de reden dat er zo dualistisch gedacht wordt in de wetenschap is dat de wetenschap maar over een beperkt deel van de werkelijkheid iets kan zeggen. Namelijk alleen maar het deel dat meetbaar, tastbaar is. Alleen datgene wat materieel is kan onderzocht worden. Als er dan wetenschappelijke uitspraken gedaan moeten worden over ‘het bewustzijn’ wordt dit lastig. Je kunt het bewustzijn niet even op tafel leggen en het bekijken. Doordat de wetenschap zo focust op dingen die je kunt vasthouden of op z’n minst kan meten, vergeten wetenschappers weleens dat dit maar een deel van de werkelijkheid is. Ze denken dat na verloop van tijd we alles kunnen verklaren als we maar uitvinden ‘waar’ het is.
Dus is het logisch dat het bewustzijn ‘in’ de hersenen moet zitten. Waar anders zou het zich moeten bevinden? Ik vind die benadering te beperkt. Ik denk niet dat het bewustzijn volledig verklaard kan worden door middel van de wetenschappelijke methode, we kunnen wel indirect invloed uitoefenen op het bewustzijn. Ik denk dat het bewustzijn als geheel zich in het hele lichaam bevindt. Je hebt namelijk een perifeer zenuwstelsel dat zich uitstrekt tot de vingertoppen. In mijn vakgebied, de cognitieve neuropsychologie, worden de hersenen wel met een computer vergeleken. Het heeft opslagcapaciteit, een interne klok, een CPU etc. Maar aan een kast met al die onderdelen heb je weinig als je er niets kun instoppen en er niets van kunt aflezen. Een systeemkast heeft een toetsenbord, muis, schijfstations nodig om er praktisch mee te kunnen werken. Zo heb je aan een lichaam met allerlei onderdelen ook weinig als je er niets instop en er niets aan kunt aflezen. Aristoteles zei dit ook al in zijn Metafysica: “Het lichaam is meer dan de som van alle lichaamsdelen.

Links (Engelstalig):

Geen gerelateerde berichten.

  1. Nog geen reacties.
  1. Nog geen trackbacks.
:wink: :twisted: :surprise: :-) :-( :rolleyes: :$ :-P :-| :mrgreen: :mad: :lol: :evil: :shock: :cry: 8-) :-? :-D 0-) :eat: :haha: :sick: :sleepy: :tear: :write: :wine: :tongue: :swiss: :smoke: :nunsmile: :silas: :rosary: :gosh: :protmin: :pope: :pipe: :novice: :monksmile: :monknick: :monkfaint: :brows: :monk: :nunmad :nungrin: :nunny: :dada: :nuncool: :nunbrows: